Tuesday, January 31, 2012

Fontaine du Fellah, Paris


En 1806, François-Jean Bralle (1750-1832), se inspiró en el Antinoo egipciante del Vaticano (que, desde 1798 hasta 1815 se encontraba en el Museo del Louvre en París debido al pillaje perpetrado por el régimen napoleónico), para diseñar esta fuente, ejecutada en 1809 por Pierre-Nicolas Beauvallet (1750-1818). La estatua se deterioró rápidamente y fue sustituída en 1844 por esta copia, visible actualmente, debida a Jean-François-Théodore Gechter (1795-1844).
Amaury Pineu Duval, Les Fontaines de Paris, anciennes et nouvelles (Paris 1828) 17-19.
Bernard Champigneulle, Paris, de Napoléon à nos jours (Paris 1969) 38.
Dominique Massounie, Béatrice de Andia, Daniel Rabreau ed., Paris et ses fontaines: de la Renaissance à nos jours (Paris 1995) 111.
Jean-Marcel Humbert, L’Égyptomanie dans l'Art Occidental  (Paris 1989) 50.
James Stevens Curl, Curl, The Egyptian Revival: Ancient Egypt as the inspiration for design motifs in the West (Abingdon 2005) 226-227

Fontaine du Fellah, Paris

The Fontaine du Fellah (or Fontaine du Porteur d’Eau, Fontaine Egyptienne, Fontaine des Incurables) was designed by Francois-Jean Bralle (1750–1832) the chief engineer of the water supply for the city of Paris, who also was responsible for several other Parisian fountains. 
Drawing from: Amaury Pineu Duval, Les Fontaines de Paris, anciennes et nouvelles (Paris 1828) page 19.

The sculptural decoration was created by Pierre-Nicolas Beauvallet (1750-1818) between 1806 and 1809. Because of the deterioration of the original work, the statue of Antinous was replaced by a copy made by Jean-François-Théodore Gechter (1795-1844) in 1844.


The Fontaine was one of the fifteen constructed by decretal order (May 2nd 1806) by Napoleon to provide Paris of fresh drinking water. It was also to commemorate Napoleon’s military campaign in Egypt. The fountain was constructed against the wall of what was then the hospital for incurable patients (Hospice des Incurables, now Hôpital Laënec).
The fountain is to be found in the Rue de Sèvres, number 42. It was in working order until 2005, when it was shut down because of leakage into the nearby Vaneau Metro Station.

The title refers to an Egyptian fellah, or peasant. The statue is a copy of a Roman work of Antinous which was discovered in the excavation of Hadrian's villa in Tivoli in 1739. The statue was removed by the French Army from the Capitoline Museum in Rome in 1798 and brought to the Louvre. It was returned in 1815 after the fall of the First Empire. The Antinous statue is now in the Vatican Museum.

Antinoüs, around  135 AD, white marble, Height 241cm, Museo Gregoriano Egizio inv. number 22795, Vatican City
The water-bearer with nemes head dress holds two amphorae, one in each hand instead of the cylinders in the fists of the original Antinous. Water poured from the amphorae into a semi-circular basin below, then through a bronze masqueron in the form of a lion's head. The roof of the fountain is decorated with a low-relief of the Napoleonic eagle.
Sources:
Amaury Pineu Duval, Les Fontaines de Paris, anciennes et nouvelles (Paris 1828) 17-19.
Bernard Champigneulle, Paris, de Napoléon à nos jours (Paris 1969) 38.
Christiaan Janssens, Egyptomanie in België (Antwerp 2011) 42.
Dominique Massounie, Béatrice de Andia, Daniel Rabreau ed., Paris et ses fontaines: de la Renaissance à nos jours (Paris 1995) 111.
Jean-Marcel Humbert, L’Égyptomanie dans l'Art Occidental  (Paris 1989) 50.
James Stevens Curl, Curl, The Egyptian Revival: Ancient Egypt as the inspiration for design motifs in the West (Abingdon 2005) 226-227.

La fontaine du Fellah

Dessinée par Louis Simon Bralle (1750–1832) et sculptée par Pierre Nicolas Beauvallet (1750-1818), la fontaine du Fellah date de 1806-1809.



Inspirée d’expédition égyptienne elle représente Antinoüs, un jeune favori de l'empereur romain Hadrien. Antinoüs tient dans chaque main un récipient traditionnel de l’antiquité, l’amphore. C’est au Louvre que Bralle trouva son modèle, L’Antinoüs du Capitole, statue égyptisante d’époque romaine apportée en 1798 de Rome par l’Armée au titre des prises de guerre.


Antinoüs, +/-135 ap. J.-C., marbre blanc, H. 241 cm, Museo Gregoriano Egizio inv. 22795, Vaticano

La statue est une copie fait par Jean-François-Théodore Gechter (1795-1844) en 1844.
En bas de la fontaine, vous trouverez un mascaron à tête de lion. Enfin, sous le toit de la fontaine un bas-relief représentant un aigle napoléonien domine le tout.
La fontaine du Fellah se situe au 42 rue de Sèvres.

Sunday, January 22, 2012

Obelisk Stadspark Antwerpen

Obelisk Stadspark kant Rubenslei, Antwerpen.

De Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat stemde op 18 oktober 1908 ermee in om Kongo-Vrijstaat te annexeren, nadat Koning Leopold II zijn laatste hoop om het uitgestrekte Kroondomein in privébezit te houden uiteindelijk had opgegeven.
Belgisch-Kongo, zoals vanaf dan de kolonie werd genoemd, werd bestuurd op basis van het Koloniale Charter (1908). De Belgische minister van Koloniën, benoemd door de Koning en bijgestaan door een Koloniale Raad, vormde de hoogste uitvoerende macht. De minister en de Raad zetelden beide permanent in Brussel. De hoogste vertegenwoordiger van de koloniale administratie in de kolonie was de gouverneur-generaal in Boma (vanaf 1926 Leopoldstad).

Op 7 oktober 1911 werd het monument De Kongo Naasting (L’Etatisation du Congo) ingehuldigd. De ontwerper was de stadsbouwmeester Emile Van Averbeke (1876-1946)en beeldhouwer en graveerder Jules Baetens (1861-1937). De hoogte van de obelisk bedraagt ongeveer 9 meter. Bij de top bevindt zich zowel vooraan als achteraan een klein schildje met het wapenembleem van Antwerpen.


Op de punt staat een vergulde Mercurius. Dit beeld is waarschijnlijk een kopie naar de sculptuur van Jan van Boonen (Giambologna). Mercurius is een figuur uit de Romeinse mythologie, de god van de handel, reizigers en winst. Het hekwerk is aan de vier zijden versierd met het letterembleem van Leopold II.





Op de zuil is volgende tekst te lezen: In bijzijn van Z.M. Koning Leopold II viert de Handelskamer van Antwerpen de naasting van Congo aan België 6 juni 1909. J. Van Averbeke bouwmeester. Op de achterzijde dezelfde boodschap in het Frans.

Wednesday, January 18, 2012

Obelisk op de Gentse Zandberg

Midden op de Zandberg te Gent staat een merkwaardig monument. In 1684 werd hier een pomp geplaatst op de plek waar zich van oudsher een waterput bevond. In 1810 werd deze vervangen door een 6 meter hoge obelisk die rust op een dekplaat waaronder een pomp met waterbekkens.
De plannen voor dit kunstwerk werden getekend door de toenmalige stadsarchitect Pierre-Jean de Broe (1761-1852). De uitvoering werd op 3 maart 1810 toegewezen aan de Brusselse steenhouwer Joseph Lefran (overleden 1816).
Op de top van de obelisk zit als symbool van het eerste Franse Keizerrijk een adelaar op een bol. Dit werk werd uitgevoerd door de Gentse beeldhouwer Charles van Ophem. Het is nog het enige gedenkteken dat verwijst naar de napoleontische tijd in Gent. Hoewel op 16 februari 1814, na de val van het imperium, het bevel werd gegeven om alle decoraties die herinnerden aan de Franse overheersing te verwijderen, werd deze adelaar blijkbaar vergeten.
De vogel viel echter op 2 juni 1944 van de obelisk. Het Gentse stadsbestuur besloot om een replica te laten maken door de Gentse beeldhouwer Olivier Piette. Op 16 mei 1947 werd het bronzen afgietsel boven op de te top van de obelisk geplaatst.

Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium
objectnummer 157988
Cliché: A25408

Bron:
Bouwen door de eeuwen heen. Inventaris van het cultuurbezit in België. Architectuur. Deel 4NA (Gent 1976) 135.

Tuesday, January 17, 2012

Egyptomania: Egyptomania in Ljubljana (3)

Egyptomania: Egyptomania in Ljubljana (3): In the 1930s, the town wall complex in Mirje was restored to a design by Plecnik. His additions to the surviving Roman walls include a stone...

Egyptomania in Ljubljana (3)

In the 1930s, the town wall complex in Mirje was restored to a design by Plecnik. His additions to the surviving Roman walls include a stone pyramid, upward extensions of the walls, the gates to the wall complex, an arched vault covered in stone remains from nearby Roman buildings, and a park inside the walls. Also the colonnade next to the main southern gate is of non-Roman origin. The walls were renovated in the 1990s.

Egyptomania in Ljubljana (2)

Another egyptomanian monument by Plečnik in Ljubljana is the Zois pyramid (1927) in front of the Ljubljana University. Žiga (Sigismund) Zois (1747-1819), son of an Italian father and a Slovene mother was the richest, and according to some of his contemporaries, the most educated man of his time in Slovenia. He was the central persona of the Slovene 18th century cultural life. He travelled across the Western Europe, spoke many languages and became a deist and a freemason under the influence of age of enlightenment. He spent his time with educated men in his house in Ljubljana. He was their teacher, leader and sponsor.

Egyptomania in Ljubljana (1)

The Slovenian architect Jože Plečnik  (1872-1957) and the sculptor Lojze Dolinar(1893-1970) erected in 1927 at trg Francoske Revolucije(French Revolution Square ) a square obelisk to the period of the Illyrian Province (1809-13), celebrating a time when the Slovenes (under French rule in Napoleon's time) were allowed a great degree of self-determination, particularly concerning language. The monument is topped with the emblem of Illyria and has the head of Napoleon on one side, the personification of Illyria as a maiden on the other. It contains the remains of one of Napoleon’s unknown soldiers. Towards the top of the obelisk is a piece of stone that juts out a little. There is a story behind this that illustrates the excellent relationship and empathy Plečnik had with his craftsmen, himself having begun his career as a cabinet maker. The story goes that one of the craftsmen broke a piece of stone and was about to discard it when Plečnik stopped him, saying it should be made an integral part of the obelisk. It was to serve as an example as to how we should make virtues from our mistakes.

Sunday, January 8, 2012

Obelisk van Port Vendres

In Port Vendres staat op de Place de l'obélisque een opmerkelijk monument ter ere van het ontstaan van dit pittoreske havenstadje ten zuiden van Perpignan.



Deze obelisk is opgericht op vraag van de inwoners onder Lodewijk XVI in 1782. Een voorbeeld van egyptomanie in Frankrijk van voor de Egyptische expeditie van Napoleon.



Voor meer info: http://www.sasl-des-po.com/index.php?option=com_content&view=article&id=271&Itemid=54&8ab34302682dddd853672485be13b472=180efbdc03e31b499cc0756e45aaa21b

Sunday, January 1, 2012

Obelisken op het Antwerpse stadhuis

Sebastiano Serlio (1475-1554 of 1555) raadde in zijn traktaat over de architectuur aan om op openbare gebouwen zoals stadhuizen, kleine obelisken te plaatsen. De architect Cornelis Floris de Vriendt (1514-1575) paste dit principe als een van de eerste ten noorden van de Alpen toe voor het ontwerp van het nieuwe stadhuis van Antwerpen.

Isis en Serapis cultus in Antwerpen

Omstreden vondsten van de Oud-Egyptische Serapis en Isis cultussen in het uiterste noorden van het Romeinse Rijk werden in de negentiende eeuw in het Antwerpse gedaan. Twee voorbeelden hiervan zijn de pseudo-Isis van Antwerpen en de aegyptiaca van de verzamelaar graaf Clemens-Wenceslas van Renesse-Breidbach (1774-1833).

De Isis is een torso uit de 27ste dynastie (+/- 500 v.Chr.) waarop een hoofd uit de 2de eeuw v.Chr. is bevestigd (afb. 1.13 en afb. 1.14).

                                      
Afb. Pseudo-Isis van Antwerpen,              Afb. Tekening van de Pseudo-Isis, uit
zwart graniet, hoogte +/- 95 centimeter,   de Geschiedenis van Antwerpen van F.H.
Museum Mayer van den Bergh,                Mertens, 1845, Stadsbibliotheek, Antwerpen
Antwerpen                

De vraag is of dit beeld werkelijk is gevonden in de kelder van het Antwerpse Reuzehuys der Teutoonse ridders of dat men, door een andere herkomst op te geven, de importtaksen heeft trachten te vermijden.
De verzameling aegyptiaca van graaf Renesse-Breidbach bevatte onder andere een Osirisbeeldje, dat in 1820 bij Antwerpen was gevonden en drie oesjabti, opgevist tijdens baggerwerken in het Bonaparte-of Willemdok. Volgens de graaf had men bij deze werken een tempel ontdekt die voor hem door de architectuur duidelijk Fenicisch dan wel Egyptisch was.

Op de Steenakker in Kontich legde men in de jaren zestig van de vorige eeuw de fundamenten van een Gallo-Romeinse tempel bloot. Men trof er een terracotta met een inscriptie ter ere van Sarapis aan.
                                     Afb. Potscherf met Sarapisinscriptie, vervalsing, vindplaats Kontich, 1968

Gedurende drie decennia zou dit het onomstotelijke wetenschappelijke bewijs zijn van de Sarapiscultus in onze contreien. Recentelijk is echter aangetoond dat het hier om een vervalsing gaat.