zaterdag 16 november 2013

Antwerpse schilders in Egypte

Jacob Jacobs en Florent Mols


De meeste schilders bedachten een Oud Egypte in hun atelier op basis van een zorgvuldig verzamelde hoeveelheid voorwerpen, gravures en reisverhalen. Toch waren er ook die er niet voor terugdeinsden om de oversteek te maken, op zoek naar authentieke ervaringen. Drie Antwerpenaren hebben in 1838 en 1839 Egypte van Alexandrië tot Aswan doorkruist. De schilders Jacob Jacobs (1812-1879), langs moederskant verwant aan Beethoven, en Florent Mols (1811-1896) en de kunstkenner en mecenas baron Charles Stier d’Aertselaer (1770-1847). Beide schilders zullen hun reiservaring vastleggen in schetsboeken en hieruit putten voor latere oriëntalistische schilderijen, die vanaf 1840 op de driejaarlijkse tentoonstellingen van de Société royale d’Anvers pour l’Encouragement des Beaux-Arts te zien zullen zijn. De tableaus van Jacobs en, in mindere mate, van Mols waren lange tijd de enige mogelijkheid voor het Belgische publiek om zich een voorstelling te vormen van Egypte en zijn monumenten.

Jacob Jacobs, De ruïnes van het paleis van Karnak te Thebe, 1847, olie op paneel, 97 cm x 143 cm, lijst met egyptiserende decoraties en inscriptie Thebes/Karnak, geveild bij Christie’s op 17 juni 1994, daarvoor verzameling Thermenhotel Oostende
Mols zou in 1856-1857 samen met de schilder Frans Vinck (1827-1903) nogmaals een Egyptereis ondernemen



H. Coenen, ‘Het Oriëntalisme in de Belgische schilderkunst van de 19de en het begin van de 20ste  eeuw’ in: Oriëntalisten en Afrikanisten in de Belgische kunst, 19de en 20ste eeuw: 14 september-11 november 1984 (Brussel 1984) 32-33.
‘Smyrna letters and journals’, The Times 27 december 1838, 4; Eugène Warmenbol, ‘Le sphinx réfléchi’, 74; ‘Beethoven’s Flemish origin’, The Musical Times 1 juni 1927, 553.